Netwerk GRONDig
Belangenorganisatie voor de grondgebonden en de biologische melkveehouderij

Fosfaat

STAND van (fosfaat)zaken 2018
Vanaf 1 januari 2018 geldt het stelsel van fosfaatrechten voor melkvee. Een ingrijpende regeling.

Voor de volgende diercategorieën zijn vanaf 1 januari 2018 fosfaatrechten nodig:

  • 100 – Melk- en kalfkoeien die      ten minste eenmaal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de      fokkerij worden gehouden, met inbegrip van koeien die drooggezet zijn en      koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken;
  • 101 – Jongvee jonger dan 1 jaar      voor de melkveehouderij, en vrouwelijke opfokkalveren voor de      vleesveehouderij tot 1 jaar;
  • 102 – Jongvee ouder dan 1 jaar:      dit zijn alle runderen van 1 jaar en ouder, inclusief overig vleesvee, met      uitzondering van roodvleesstieren en fokstieren.

Alle bedrijven met dieren in een van 3 genoemde categorieën hebben vanaf 1 januari fosfaatrechten nodig om die dieren te mogen houden.

Wanneer moet ik mijn melkveeaantallen aanpassen aan mijn fosfaatrechten?

Het gemiddelde aantal dieren gerekend over het hele jaar maal de bijbehorende forfaitaire norm bepaalt de fosfaatproductie. Uiterlijk 31 december moet u voldoende fosfaatrechten hebben voor de berekende fosfaatproductie.

Hoe hoog wordt de generieke korting?

De generieke korting is eind 2017 definitief vastgesteld op 8,3%. Zo moet het aantal fosfaatrechten uiteindelijk uitkomen onder het sectorplafond voor melkvee: 84,9 miljoen kilo fosfaat.

Voor wie geldt de generieke korting niet?

Sommige bedrijven zijn uitgezonderd van de generieke korting, zoals grondgebonden bedrijven. Bedrijven met een klein overschot worden deels gekort. De compensatie voor alle andere knelgevallen is nog niet volledig duidelijk. Naar schatting 0,65 miljoen kilo fosfaat is beschikbaar voor andere knelgevallen. Dat komt neer op bijna 16.000 koeien met 41 kilo fosfaat per koe.
Artikel gaat verder onder de foto‘s.

Illustratie: Herman Roozen

Wanneer ben je grondgebonden?

Voor de bepaling van grondgebondenheid wordt gekeken naar de fosfaatplaatsingsruimte en fosfaatproductie in 2015. Bedrijven met een relatief klein fosfaatoverschot (minder dan 8,3% overschot) worden alleen voor dat deel gekort.

  • Fosfaatruimte = de      geregistreerde oppervlakte landbouwgrond bij RVO.nl in 2015 x de      fosfaatgebruiksnorm in 2015 + de geregistreerde oppervlakte natuurterrein      x de hoeveelheid fosfaat die op dat natuurterrein gebruikt mocht worden.
  • Fosfaatproductie = het gemiddeld      aantal stuks melkvee in 2015 x de forfaitaire norm in 2015.

Als de fosfaatproductie van melkvee lager is dan de fosfaatplaatsingsruimte is een bedrijf grondgebonden.

Voor wie is de knelgevallenregeling bedoeld?

In ieder geval voor bedrijven die aantoonbaar minder melkvee hadden op 2 juli 2015, bijvoorbeeld door ziekte van de ondernemer of dieren, of door schade aan stallen door storm of brand. Daarnaast zijn er nog twee extra groepen die in een afzonderlijke regeling zijn opgenomen. Dat gaat om gestarte bedrijven en bedrijven met buitengewone omstandigheden vanwege aanleg van natuur, wegen of andere nutsvoorzieningen. De definitieve voorwaarden en informatie over aanmelden komt beschikbaar op RVO.nl. Knelgevallen moeten zichzelf aanmelden bij RVO.nl. Aanmelden moet in ieder geval in 2018, ook als een bijzondere situatie eerder al is meegenomen voor het fosfaatreductieplan.

In 2015 heb ik dieren uitgeschaard, wat nu?

In principe komen de rechten van die dieren bij de inschaarder terecht. De uitschaarder kan verzoeken om die rechten (deels) op zijn naam te krijgen. De inschaarder moet daar wel mee instemmen. Zo’n verzoek moet voor fosfaatrechten vanaf 1 januari opnieuw gemeld worden, ook als dat eerder is gemeld voor het fosfaatreductieplan, en voor 1 april 2018 bij RVO.nl ingediend zijn.

Kan ik bezwaar maken tegen het toegekende aantal rechten?

In januari stuurt RVO.nl een brief met daarin de aantallen toegekende fosfaatrechten, met daarin de generieke korting verwerkt. Adviseurs raden aan om bezwaar te maken als u het er niet mee eens bent. Doe dat binnen 6 weken. Jurist Aagje Tymersma van Countus: “Bij de melkquotering hadden mensen 20 jaar later nog spijt dat ze destijds geen bezwaar hadden gemaakt.” Na de beslissing op bezwaar is er opnieuw 6 weken tijd voor beroep. Daarna is er nog de mogelijkheid om naar het CBb te gaan, het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Dan ben je wel een paar jaar verder. Sommige juristen raden zelfs aan om tegen elke mededeling vanuit RVO.nl bezwaar kenbaar te maken, ook als dat volgens RVO.nl niet mogelijk is.

Hoe zit het met de afroming van 10%?

Bij elke overdracht van fosfaatrechten houdt de overheid 10% in. Bij overdracht van losse fosfaatrechten, maar ook bij bedrijfsoverdrachten of -splitsingen. Uitzonderingen zijn overdrachten van fosfaatrechten bij erfopvolging en overdrachten aan familie in de eerste, tweede of derde graad. De afgeroomde rechten gaan in een potje, de fosfaatbank. Hieruit worden op termijn rechten uitgedeeld aan bepaalde categorieën bedrijven. Hoe dat eruit gaat zien was eind december nog niet duidelijk, maar grondgebondenheid zal ook hierbij een rol spelen.

Geldt de afroming ook bij lease?

Ja. Als de rechten na afloop van de leaseperiode teruggaan naar de eigenaar, wordt opnieuw afgeroomd. Alleen als dit binnen hetzelfde kalenderjaar gebeurt, wordt er niet dubbel afgeroomd.

Is het verstandig gekorte rechten bij te kopen?

Dit hangt helemaal af van de bedrijfssituatie. Accountants van verschillende organisaties zijn eensgezind in hun advies: ga niet blind voor aankoop. Volgens Countus is bijkopen maar voor een vijfde van de melkveehouders een serieuze optie. De kritieke melkprijs, ofwel de prijs die je nodig hebt om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen, stijgt op een bedrijf met een miljoen kilo melk met 2 cent per kilo melk als je de gekorte rechten terugkoopt voor € 200 per kilo fosfaat. Het overgrote deel van de bedrijven moet eerst aan andere knoppen draaien om het bedrijf te optimaliseren.

Klopt het dat de fosfaatrechten afgeblazen worden als de EU geen derogatie geeft?

Nee. Daarover is wel politiek gesteggel geweest en er is een Kamermotie over geweest. Maar die was boterzacht, en vereiste geen garantie van derogatie maar alleen zicht op derogatie, aan het eind van 2017. Dat zicht is er, volgens het ministerie. De rechten komen er dus, derogatie definitief of niet. 

Rechten afschrijven mag van de fiscus

Vlak voor kerst maakte minister Carola Schouten bekend dat de fosfaatrechten evenals varkens- en pluimveerechten fiscaal afschrijfbaar zijn. Want, zegt ze, de regeling is bedoeld als tijdelijk, met 2028 als datum waarop het doel van dit beleid bereikt moet zijn. De afschrijfbaarheid geldt ook voor de varkens- en pluimveerechten over fiscaal jaar 2017.

Hiermee maakte de minister een eind aan onzekerheid hierover en kwam ze tegemoet aan wensen van de sector en de Tweede Kamer. Fiscale afschrijving is in principe gunstig voor ondernemers. Al is een direct gevolg wel dat de prijs stijgt. Dit was al merkbaar een paar dagen na het bericht van de minister.

Fosfaatrechten die volgend jaar gekocht worden, kunnen worden afgeschreven over een termijn van 10 jaar. Hetzelfde geldt voor varkens- en pluimveerechten. Ook de dierrechten die in 2017 zijn aangekocht, kunnen toch worden afgeschreven. Daarvoor geldt een termijn van 11 jaar.

De fosfaatrechten worden ‘gratis’ verstrekt. Ze komen voor waarde nul in de boeken. Fiscale afschrijving gaat pas spelen bij veranderingen: aankoop, bedrijfsoverdracht en dergelijke.

De brief moet vooral gezien worden vanwege de fiscale kant ervan. Dat de rechten worden afgeschaft in 2028 lijkt nu onwaarschijnlijk. 

Melden knelgevallen en overdracht via RVO.nl

Bijzondere omstandigheden (knelgevallen) voor de toekenning van fosfaatrechten kunnen vanaf 1 januari 2018 worden doorgegeven via RVO.nl.

Handel in fosfaatrechten kan vanaf 15 januari worden gemeld via RVO.nl. Eind december zijn de uitvoeringsregels voor knelgevallen en de generieke korting gepubliceerd in een zogenoemde AMvB. Daarin zijn staan de voorwaarden voor de knelgevallen regeling en is de generieke korting definitief vastgesteld op 8,3%. Bij de bijzondere omstandigheden gaat het om ziekte van ondernemer of vee, vernieling van de stal of verbouwingen waardoor er op 2 juli 2015 minimaal 5% minder fosfaat is geproduceerd dan normaal het geval zou zijn geweest. Bij de knelgevallen gaat het om 2 categorieën:

  1. Nieuw gestarte bedrijven die geen volledige stalbezetting hadden op 2 juli 2015;
  2. Bedrijven die op 2 juli 2015 minder dieren hadden of minder fosfaatruimte door aanleg van natuur of      infrastructuur. 

GRONDvest, ingediend in oktober 2015 ter informatie aan Tweede Kamerleden:

Netwerk GRONDig en ondergetekende organisaties doen een appèl op staatssecretaris Van Dam en de leden van de Tweede Kamer om een STIP op de HORIZON te zetten en daarmee de grondgebonden melkveehouderij
kleur en toekomst te geven.

In het nu voorliggende wetsontwerp voor het in te voeren fosfaatrechtenstelsel zitten teveel ‘open einden’ en missen wij concrete vertalingen voor de grondgebonden melkveehouderij. Wel krijgt zij een bijzondere positie in het voorstel, waarmee het ministerie
aangeeft dat zij melkveebedrijven met een gesloten voer-mest-kringloop als belangrijke waarde ziet.

Op basis van die visie en de aangenomen Kamermoties van april 2016 verzoeken wij in de wet te verankeren:

-           Grondgebonden melkveebedrijven worden ontzien bij de generieke korting door volledige compensatie. Grondgebonden melkveehouders hebben fosfaatoverschot niet veroorzaakt. Wij verzoeken op dit punt om het uitvoeren van de motie Smaling/Grashoff (kst-33979-111 ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2016).

-           Het toekennen van fosfaatrechten voor de latente mestruimte van grondgebonden melkveehouders met als peildatum 2 juli 2015, zodat zij verantwoord kunnen groeien binnen de mestruimte waarvoor zij al in grond hebben geïnvesteerd. Wij verzoeken op dit punt de uitvoering van de motie Dik-Faber/Koser Kaya (kst-33979-117 ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2016).

-           Bij overdracht/handel van rechten wordt 10 procent afgeroomd en ondergebracht in een fosfaatbank, zo staat in het wetvoorstel. Voorwaarden waaronder rechten uit de fosfaatbank worden toebedeeld staan nog niet concreet beschreven. Criteria als grondgebondenheid, weidegang en latente ruimte liggen in het verlengde van de maatschappelijk gewenste toekomstrichting van extensieve melkveehouderij. Wij verzoeken deze criteria over te nemen in de wet. 

-          
De KringloopWijzer (KLW) is een rekenmethode in ontwikkeling. Uit onderzoek van LBI blijkt dat de KLW nog niet is toegerust om alle fosfaat –en stikstofstromen op extensieve, zeer intensieve en gemengde bedrijven nauwkeurig en correct te berekenen. Wij ontraden daarom KLW (en de BEX) als bedrijfsspecifiek verantwoordingsinstrument in relatie tot fosfaat en stikstof efficiëntie. Een extra reden hiervoor is het feit dat het gebruik van de KLW leidt tot een minder duurzaam bodemgebruik en vermindering van weidegang. Omdat deze twee aspecten van groot belang zijn voor grondgebonden melkveebedrijven, wordt deze maatschappelijk gewenste bedrijfsvoering juist ontmoedigd door introductie van de KLW. Bovendien is de KLW vooralsnog erg fraudegevoelig, hetgeen in een situatie met een groot mestoverschot erg risicovol is.

-           Vaststellen van een periode voor fosfaatrechtenstelsel, zodat het een tijdelijke systematiek is.

  Wij verzoeken u in het belang van de grondgebonden melkveehouderij in Nederland bovenstaande punten van dit manifest te verankeren in de wet, namens:

Netwerk GRONDig, belangenorganisatie van de grondgebonden melkveehouders


Standpunten Netwerk GRONDig in Regiegroep (fosfaatoverleg ministerie)

Fosfaatproblematiek wordt sectoraal benaderd, terwijl een groot aantal melkveehouders bewust heeft ingezet om op bedrijfsniveau de kringloop in balans te houden. Deze bedrijven investeerden letterlijk in grond en hebben geen fosfaatoverschot. Vanuit overheid en belangenorganisaties klonk een duidelijk signaal dat grondgebondenheid de juiste weg was. Bedrijven die zouden voorsorteren door grondloze groei zouden niet worden beloond voor dit anticiperend gedrag. Het voorstel van ex- staatssecretaris Dijksma in haar brief aan de Kamer op 2 juli 2015 is echter het toekennen van fosfaatrechten op basis van dieraantallen. Dit is onrechtvaardig ten opzichte van grondgebonden melkveehouders. Bovendien laat de overheid haar principe: 'de vervuiler betaalt' los.
 

De afgelopen maanden heeft Netwerk GRONDig ingezet op de volgende standpunten:

Netwerk GRONDig staat voor een grondgebonden melkveehouderij. Eigenlijk kunnen wij stellen dat het streven naar grondgebondenheid zeer breed gedragen werd en wordt in en buiten de sector. Het voorziet in produceren binnen de randvoorwaarden van maatschappij en milieu. Bovendien draagt het bij aan andere doelen, zoals weidegang, biodiversiteit, boden –en weidevogelbeheer en een karakteristiek landschap.
Wij zien volop kansen dat aan de doelstelling grondgebondenheid vrijwel alle melkveebedrijven op enige termijn kunnen voldoen. Die ‘stip op de horizon’ komt overeen met een maximaal (forfaitair) fosfaatoverschot van 20 kg per ha in 2020. Op basis van de GDI-opgave; eigendom, pacht of grondgebruikersverklaring.
Door een einddoel in 2020 te stellen, krijgen intensievere bedrijven de mogelijkheid om er in 4 jaar (50 kg/ha in 2017, 40 in 2018, 30 in 2019 en 20 in 2020) naar toe te werken. Onder andere grondgebondenheid wordt een voorwaarde om fosfaatrechten te kunnen verwerven.
Op deze manier ontstaat een fosfaatrechtenstelsel dat de Algemene Maatregel van Bestuur verantwoorde groei melkveehouderij (AMvB grondgebondenheid) overbodig maakt waardoor opeenstapeling van wetten wordt voorkomen.

Een fosfaatrechtenstelsel zien wij als instrument om de (over)productie te begrenzen en om de grondloze groei die is ontstaan te reguleren. Een dergelijk stelsel moet daarom rechtvaardig zijn voor grondgebonden melkveehouders. Zij zijn niet verantwoordelijk zijn voor de grondloze groei. Zij kozen bewust als ondernemers om naar de concrete ‘grondgebonden’ signalen van overheid, sector, NZO en maatschappelijke organisaties te luisteren en om grondgebonden te produceren.

De zogenaamde LATENTE ruimte is voor grondgebonden melkveehouders een heilig huis, dat zij waardig willen behouden en behoeden.

Een rechtvaardige toedeling betekent dat grondgebonden melkveehouders niet onevenredig worden getroffen en daarom op basis van hectares rechten krijgen toebedeeld, te weten:.