Fosfaat

GRONDvest, ingediend in oktober 2015 ter informatie aan Tweede kamerleden:

Netwerk GRONDig en ondergetekende organisaties doen een appèl op staatssecretaris Van Dam en de leden van de Tweede Kamer om een STIP op de HORIZON te zetten en daarmee de grondgebonden melkveehouderij
kleur en toekomst te geven.

In het nu voorliggende wetsontwerp voor het in te voeren fosfaatrechtenstelsel zitten teveel ‘open einden’ en missen wij concrete vertalingen voor de grondgebonden melkveehouderij. Wel krijgt zij een bijzondere positie in het voorstel, waarmee het ministerie
aangeeft dat zij melkveebedrijven met een gesloten voer-mest-kringloop als belangrijke waarde ziet.

Op basis van die visie en de aangenomen Kamermoties van april 2016 verzoeken wij in de wet te verankeren:

-           Grondgebonden melkveebedrijven worden ontzien bij de generieke korting door volledige compensatie. Grondgebonden melkveehouders hebben fosfaatoverschot niet veroorzaakt. Wij verzoeken op dit punt om het uitvoeren van de motie Smaling/Grashoff (kst-33979-111 ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2016).

-           Het toekennen van fosfaatrechten voor de latente mestruimte van grondgebonden melkveehouders met als peildatum 2 juli 2015, zodat zij verantwoord kunnen groeien binnen de mestruimte waarvoor zij al in grond hebben geïnvesteerd. Wij verzoeken op dit punt de uitvoering van de motie Dik-Faber/Koser Kaya (kst-33979-117 ISSN 0921 - 7371 's-Gravenhage 2016).

-           Bij overdracht/handel van rechten wordt 10 procent afgeroomd en ondergebracht in een fosfaatbank, zo staat in het wetvoorstel. Voorwaarden waaronder rechten uit de fosfaatbank worden toebedeeld staan nog niet concreet beschreven. Criteria als grondgebondenheid, weidegang en latente ruimte liggen in het verlengde van de maatschappelijk gewenste toekomstrichting van extensieve melkveehouderij. Wij verzoeken deze criteria over te nemen in de wet. 

-          
De KringloopWijzer (KLW) is een rekenmethode in ontwikkeling. Uit onderzoek van LBI blijkt dat de KLW nog niet is toegerust om alle fosfaat –en stikstofstromen op extensieve, zeer intensieve en gemengde bedrijven nauwkeurig en correct te berekenen. Wij ontraden daarom KLW (en de BEX) als bedrijfsspecifiek verantwoordingsinstrument in relatie tot fosfaat en stikstof efficiëntie. Een extra reden hiervoor is het feit dat het gebruik van de KLW leidt tot een minder duurzaam bodemgebruik en vermindering van weidegang. Omdat deze twee aspecten van groot belang zijn voor grondgebonden melkveebedrijven, wordt deze maatschappelijk gewenste bedrijfsvoering juist ontmoedigd door introductie van de KLW. Bovendien is de KLW vooralsnog erg fraudegevoelig, hetgeen in een situatie met een groot mestoverschot erg risicovol is.

-           Vaststellen van een periode voor fosfaatrechtenstelsel, zodat het een tijdelijke systematiek is.

  Wij verzoeken u in het belang van de grondgebonden melkveehouderij in Nederland bovenstaande punten van dit manifest te verankeren in de wet, namens:

Netwerk GRONDig, belangenorganisatie van de grondgebonden melkveehouders


Standpunten Netwerk GRONDig in Regiegroep (fosfaatoverleg ministerie)

Fosfaatproblematiek wordt sectoraal benaderd, terwijl een groot aantal melkveehouders bewust heeft ingezet om op bedrijfsniveau de kringloop in balans te houden. Deze bedrijven investeerden letterlijk in grond en hebben geen fosfaatoverschot. Vanuit overheid en belangenorganisaties klonk een duidelijk signaal dat grondgebondenheid de juiste weg was. Bedrijven die zouden voorsorteren door grondloze groei zouden niet worden beloond voor dit anticiperend gedrag. Het voorstel van ex- staatssecretaris Dijksma in haar brief aan de Kamer op 2 juli 2015 is echter het toekennen van fosfaatrechten op basis van dieraantallen. Dit is onrechtvaardig ten opzichte van grondgebonden melkveehouders. Bovendien laat de overheid haar principe: 'de vervuiler betaalt' los.
 

De afgelopen maanden heeft Netwerk GRONDig ingezet op de volgende standpunten:

Netwerk GRONDig staat voor een grondgebonden melkveehouderij. Eigenlijk kunnen wij stellen dat het streven naar grondgebondenheid zeer breed gedragen werd en wordt in en buiten de sector. Het voorziet in produceren binnen de randvoorwaarden van maatschappij en milieu. Bovendien draagt het bij aan andere doelen, zoals weidegang, biodiversiteit, boden –en weidevogelbeheer en een karakteristiek landschap.
Wij zien volop kansen dat aan de doelstelling grondgebondenheid vrijwel alle melkveebedrijven op enige termijn kunnen voldoen. Die ‘stip op de horizon’ komt overeen met een maximaal (forfaitair) fosfaatoverschot van 20 kg per ha in 2020. Op basis van de GDI-opgave; eigendom, pacht of grondgebruikersverklaring.
Door een einddoel in 2020 te stellen, krijgen intensievere bedrijven de mogelijkheid om er in 4 jaar (50 kg/ha in 2017, 40 in 2018, 30 in 2019 en 20 in 2020) naar toe te werken. Onder andere grondgebondenheid wordt een voorwaarde om fosfaatrechten te kunnen verwerven.
Op deze manier ontstaat een fosfaatrechtenstelsel dat de Algemene Maatregel van Bestuur verantwoorde groei melkveehouderij (AMvB grondgebondenheid) overbodig maakt waardoor opeenstapeling van wetten wordt voorkomen.

Een fosfaatrechtenstelsel zien wij als instrument om de (over)productie te begrenzen en om de grondloze groei die is ontstaan te reguleren. Een dergelijk stelsel moet daarom rechtvaardig zijn voor grondgebonden melkveehouders. Zij zijn niet verantwoordelijk zijn voor de grondloze groei. Zij kozen bewust als ondernemers om naar de concrete ‘grondgebonden’ signalen van overheid, sector, NZO en maatschappelijke organisaties te luisteren en om grondgebonden te produceren.

De zogenaamde LATENTE ruimte is voor grondgebonden melkveehouders een heilig huis, dat zij waardig willen behouden en behoeden.

Een rechtvaardige toedeling betekent dat grondgebonden melkveehouders niet onevenredig worden getroffen en daarom op basis van hectares rechten krijgen toebedeeld, te weten:.