Netwerk GRONDig
Belangenorganisatie voor de grondgebonden en de biologische melkveehouderij

Comité GRAS

De definitie van GRONDGEBONDENHEID volgens Comité GRAS is:

DEFINITIE GRONDGEBONDENHEID

Netwerk GRONDig heeft als belangenorganisatie voor de grondgebonden melkveehouderij een verantwoordelijkheid om bij te dragen aan beter en afgestemd beleid voor de grondgebonden en biologische melkveehouderij in ons land. Een robuuste en toekomstbestendige definitie van Grondgebondenheid is essentieel om allerlei interpretaties over het begrip Grondgebondenheid te voorkomen.
Het netwerk richtte in oktober 2017 Comité GRAS op om een definitie te bestendigen.
Een heldere visie op het evenwicht tussen dier, gewas en grond (kringloop op bedrijfsniveau) en de samenhang met de omgeving was het uitgangspunt voor Comité GRAS. Daarnaast is de doorkijk naar de toekomst besproken. Het comité bestaat uit vertegenwoordigers van de melkveesector; milieu –en natuurorganisaties; dierenwelzijns- en overige organisaties.

1         Criteria van een robuuste definitie Grondgebondenheid zijn: de definitie moet kort en krachtig, uitvoerbaar, fraudebestendig en transparant zijn en géén ongewenste bijeffecten veroorzaken. De definitie moet inpasbaar zijn in de wet- en regelgeving en bij voorkeur zoveel mogelijk steunen op al bestaande wet- en regelgeving.
2         Doorkijk naar nabije toekomst is dat de definitie dé norm is op bedrijfsniveau. Dé weg om de melkveehouderij als geheel te kunnen verduurzamen.

 

Comité GRAS is overeengekomen dat:

1         DEFINITIE GRONDGEBONDENHEID

Grondgebondenheid in de melkveehouderij is te definiëren en te duiden als de relatie tussen de fosfaatproductie en de plaatsingsruimte van fosfaat op het individuele bedrijf.
Bij een fosfaatproductie gelijk of kleiner dan de plaatsingsruimte van fosfaat is er sprake van grondgebondenheid. Gebaseerd op forfaitaire fosfaatexcretie van de runderen (Meststoffenwet, tabel 6) en de fosfaatgebruiksnormen (plaatsingsruimte) per hectare grond. 

Met grond van het individuele melkveebedrijf wordt concreet bedoeld: alle gronden behorende bij het individuele melkveebedrijf binnen een straal van twintig kilometer in eigendom of pacht, die ook als zodanig staan geregistreerd in de Gecombineerde Data Inwinning (GDI). Ook zou gebruikersgrond binnen een straal van twintig (20) kilometer - metende vanaf de bedrijfsgebouwen van het individuele melkveebedrijf -  bij het bedrijfsareaal gerekend kunnen worden als grondgebondenheid, mits daarvoor een voedergewas-mestcontract (kringloop-contract) is overeengekomen en dit als zodanig in de GDI vermeld kan (gaan) worden. Eigendoms –en/of pachtgronden op grotere afstand dan twintig kilometer van het bedrijf tellen niet mee voor de grondgebondenheid (voorkomen van ongewenste mesttransporten over afstanden; slechte controleerbaarheid voer-mest kringloop)

2          DOORKIJK NAAR NABIJE TOEKOMST IS DAT DE DEFINITIE DE NORM IS OP BEDRIJFSNIVEAU. Dé WEG OM DE MELKVEEHOUDERIJ ALS GEHEEL TE KUNNEN VERDUURZAMEN

Grondgebonden melkveehouderij, dé STIP aan de HORIZON!

De definitie van grondgebondenheid zoals geformuleerd, is leidend. Vanaf 2020 is een bedrijf wel of niet grondgebonden: heel duidelijk. Er is dan geen ruimte meer voor percentages net niet of helemaal niet grondgebonden zijn binnen de definitie. Allerlei marges of constructies vallen NIET onder het begrip grondgebondenheid.
Overheid en bedrijven hebben twee jaar de gelegenheid om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie dat er grondgebonden en niet-grondgebonden melkveebedrijven zijn: twee sporen. Twee jaar is nodig om bepaalde wet- en regelgeving te kunnen aanpassen (bijvoorbeeld kringloop-contracten regelen in GDI). Aanscherpen en verankeren van deze definitie grondgebondenheid in de wet zorgt dat ook na 2020 het voor niet-grondgebonden bedrijven een enorme prikkel is om grondgebonden te worden.
Grondgebonden melkveehouderij als dé stip op de horizon.


prof.dr.ir Jan Douwe van der Ploeg, voorzitter Comité GRAS 

DOWNLOAD DEFINITIE ALS PDF-BESTAND >>>  definitie

Overhandiging van de Definitie door prof.Jan Douwe van der Ploeg aan mevrouw Sonnema, Directeur generaal van het ministerie van LNV nadat het aan Kamerleden was aangeboden (maat 2018).

20 maart 2018: overhandiging Definitie GRONDGEBONDEN aan Kamerleden van de commissie LNV namens Netwerk GRONDig en alle organisaties die de definitie onderschrijven


-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Eerder in het nieuws: oprichting van Comité GRAS door Netwerk GRONDig:

”Brede vertegenwoordiging in GRAS om definitie GRONDGEBONDENHEID robuust te bestendigen”

Belangenorganisatie Netwerk GRONDig heeft inmiddels de samenstelling van Comité GRAS rond. De comitéleden gaan invulling geven aan het formuleren van een robuuste definitie van grondgebondenheid in de melkveehouderij. 

Op woensdagmiddag 29 november 2017 is er een afsluitend symposium onder leiding van Frits van der Schans (CLM). Begin december wordt de definitie gepresenteerd aan de Tweede Kamer en het ministerie.


Een heldere visie op het evenwicht tussen dier, gewas en grond; de kringloop op bedrijfsniveau en de samenhang met de omgeving staan in principe centraal bij grondgebondenheid. Die basisvisie is het uitgangspunt voor Comité GRAS.

De samenstelling van Comité GRAS:

Jan Douwe van der Ploeg voorzitter
Comité GRAS is erg verheugd dat zij een gedreven en kundige voorzitter heeft in de persoon van prof.dr.ir. Jan Douwe van der Ploeg. Voor zijn pensioen werkte hij in het vakgebied rurale sociologie aan de WUR. Gedeputeerde Johannes Kramer brengt zijn kennis en ervaring in als portefeuillehouder Landbouw in Friesland. Uit de vier windstreken zijn vertegenwoordigd: Baukje Jacobi, melkveehoudster in Noord Nederland;
Gerard Stam, melkveehouder in West Nederland; Jacob van Emst, melkveehouder in Oost Nederland en Peter van Roessel, melkveehouder in Zuid Nederland. Sybrand Bouma, biologisch melkveehouder en bestuurslid FBBF geeft de biologische input in GRAS.
Ook de komende generatie is vertegenwoordigd in GRAS, namens de NAJK is Bart van der Hoog spreekbuis. Vanuit de zuivelketen is Rene Cruijsen van EKO- Holland present. Een belangrijke inbreng is er van Sijas Akkerman (Natuur & Milieu Federatie) en Bart van Opzeeland (Milieudefensie). Ook de Dierenbescherming en de Vogelbescherming denken mee, zij het op de achtergrond. Overige leden zijn Foppe Nijboer, voorzitter Netwerk GRONDig en Diana Saaman, communicatie en woordvoerder.


De brede vertegenwoordiging in Comité GRAS geeft aan dat er een robuuste, toekomstbestendige definitie van grondgebondenheid in het verschiet ligt, die daarmee op breed draagvlak kan rekenen.